DE INPOLDERING VAN NOORDWALCHEREN

Kaart

Deze kaart is samengesteld uit gegevens van de veldnamenkaart gecombineerd met een vijftal zeventiende eeuwse parochieblockkaarten. Wat hedendaagse gegevens zorgen voor een goede oriëntatie.

250 GEMET en waar lagen die ?

Het klooster van Rijnsburg werd door de graven van Holland rijkelijk bedacht met schenkingen. Eén van de belangrijkste schenkingen wordt genoemd in een oorkonde uit 1199 waarin blijkt dat Dirk VI (1121-1157) gronden rond Aalsmeer, Noordwijk en Delftland geschonken had aan het klooster van Rijnsburg. Die schenking moet dan hebben plaatsgevonden vóór 1157, de overlijdensdatum van Dirk VI.
In of vóór 1199 006, zijn deze gronden weer overgedragen aan graaf Dirk VII en in ruil en ter compensatie ontving Rijnsburg 250 gemet op het eiland Walcheren zo blijkt uit oorkonde 238 in Koch en Kruisheer, aktes van Holland en Zeeland. Uit een andere oorkonde blijkt, dat deze gronden liggen tussen de kerk van Oostkapelle en Westhove.

Uit een oorkonde van 1277/1278 blijkt dat Rijnsburg de gronden voor een deel weer verkoopt, dat gedeelte ligt tussen Domburg en Oostkapelle en is groot 234 gemet inclusief een hof, dat Rijnsburg daar bezat.

Er bleef van die 250 gemet dus 16 gemet over die niet verkocht werd. Deze 16 gemet vinden we later terug in block 4 in de overloper van de Vijfambachten van 1584, waaruit blijkt, dat op die 16 gemet eveneens een hof stond, de latere Uithof van Rijnsburg

Dat deze oorspronkelijke 250 gemet uit twee gedeeltes bestond blijkt ook uit een stuk in de Custinghe van 1291, waarin staat bij de tekst die betrekking heeft op paal 24 : "ieghens der svarten monike oesterste lant". En als er sprake is van een "svarte moniken oesterse (oosterse) land, zal die term gebruikt zijn omdat er ook een "zwarte monniken westerse land" was.

Waar lag nu die 234 gemet ?
En waar lag die overblijvende 16 gemet ?

Westhove ligt ten noorden van de Domburgseweg, van de Kerk van Oostkapelle kan je dat niet zeggen, maar als we een lijn trekken tussen Westhove en de toren van Oostkapelle, dan lijkt het er op dat die 250 gemet er ten noorden van liggen. Overigens 250 gemet is wel een erg rond getal. Zou dat er op kunnen wijzen, dat de noordgrens van die latere 234 gemet niet exact vast lag ?. De grond was toch vrij van schot, dus zo belangrijk was het niet als je aan die kant geen schotplichtige buren had

Kijken we nu naar de oppervlakte van de Oostkapelse blocken 2, 3, 14, en 18 in de Overloper van de Vijfambachten van 1584 dan vinden we voor block 2 ong. 39 gemet, voor block 3 ong. 35 gemet, voor block 14 ong. 107 gemet (in dat block lag Westhove met 76 gemet vrij) en in block 18 ong.283 gemet. Dit laatste block is op de Tiendenkaart in twee tiendenblocken gesplitst, waarin het onderste block no. 66 ten zuiden van de sprink ongeveer 120 gemet groot is.

Nu wordt wordt het gevaarlijk !
Al we optellen 39 gemet en 35 gemet en 107 gemet en 120 gemet, dan komen we aan 301 gemet.Trekken we daarvan af 76 gemet vrij bij Westhove, als zijnde het oorspronkelijke bezit van Westhove vóór de aankoop van de 234 gemet, dan blijft er van die 301 gemet slechts 234 gemet over. Dit gebied is in creme aangegeven

Het lijkt leuk te kloppen, maar we realiseren ons, dat het giswerk is. We hebben de bovenstaande constructie ingekleurd op de kaart, maar ruilen onze mening gaarne in voor een betere.

De overblijvende 16 gemet lag dus ten oosten van de kerk van Oostkapelle.
In de overloper van de Vijfambachten van 1584 wordt block 4 genoemd, het block waarop de uithof van de Zwarte Momiken staat. De naam is wat misleidend maar het staat vast, dat hiermede dat deze uithof het eigendom was van de Abdis van Rijnsburg. Op een deel van block 4 staat de uithof. Het gebied van block 4 is in groen aangegeven.

Hoe kwam de graaf van Holland aan die grond ?
Was het oud koningsgoed ? Was het oudland ?
Volgens Bennema was het land ten westen van de Duinweg eerst droog, dan weer overstroomd en aan die situatie kwam pas een eind door het aanleggen van de Duinweg(dijk). Vermoedelijk had de graaf van Holland die grond in eigendom, misschien ooit uitgegeven als kwaad leen, de grond viel weer terug aan de graaf en die kon het weer schenken aan de abdij van Rijnsburg.

Allemaal veronderstellingen, we laten het voorlopig maar zo, mogelijk vindt één van onze webbezoekers een betere oplossing !