DE GRENZEN VAN VROUWEPOLDER
Met de acte van 1282 schonk de graaf van Holland de schorren
en het latere gebied rond Vrouwepolder aan Wolfert van Borsele en zijn
opvolgers als eeuwig leen. Het gebied rond Vrouwepolder leende
zich goed voor inpolderingen. Daar werd dan ook actief gebruik van gemaakt.
De
oostgrens van de parochie van Vrouwepolder grensde aan
wat we nu het Veerse Meer noemen.
De noordgrens, de zeekant was ook wel
duidelijk. Daar waar de Kon.Emmaweg overgaat in de Vroonweg was de afstand
tot de zee 400 roeden, zegt de Custinge.
Afhankelijk welke roe er in de Custinge gebruikt is, is de afstand
dan tussen de 1.4 km . en 1.6 km.
De zuidkant en de westkant gaven wat meer problemen.
Allereerst de zuidgrens.
Die begint aan de zuidkant van de Oosternieuwlandpolder,
dit is de Veersedijkweg. Meer naar het noorden buigt die weg af in westelijke
richting en heet dan de Dorpsdijk. Voorbij het dorp Vrouwepolder gaat
de naam overweg in de Westdijk om wat even verderop weer te veranderen,
nu in de Kon. Emmaweg. Ongeveer ter hoogte van de zijweg naar het pompstation
verandert de naam in Vroonweg, die loopt in westelijke richting
tot aan de inrit van Overduin. Aan de noordkant van de Vroonweg zie je
het restant van de zeedijk liggen. Die houdt op bij de inrit naar Overduin.
Als
je de inrit van Overduin opgaat kom je na ca. 15 mtr. bij het begin van
het Bogaerdsweijedijkje, die vanaf dat punt naar het noordwesten loopt
en eindigt bij het begin van de Hogedijk. De naam zegt het al, het was
voor die buurt een hoge dijk, een zeedijk dus. Het Bogaerdsweijedijkje
(de naam komt van de veldnamenkaart ) was vermoedelijk
een strekdam, omdat uit boringen is gebleken, dat de zeekleiafzetting
aan beide zijden aanwezig is, maar aan de noordkant het meest. Dat gebeurde
toen de noordzijde na de afsluiting van de Zwene de zeekant werd. Er
is een acte in het Cartularium van Borsele, no.8 waarin gesproken wordt
in 1350 over een nieuwe dijk. Deze dijk had te lijden van de beesten
van de moniken die er op graasden. Dat brengt ons tot de conclusie dat
die beesten alleen konden zijn van de abt van Middelburg, ambachtsheer
van Oostkapelle. De dijk grensde dus aan het gebied van de Abt. De enige
plaats die voor de ligging van deze dijk in aanmerking is de verbindingsdijk
tussen de noordpunt van de Hogedijk en het beginpunt van de Dunoweg
aan de Vroonweg. In diezelfde acte wordt gezegd dat die dijk ten oosten
van Rikedale lag en ten noorden van de Gors(pit)polder. In diezelfde
acte 8 wordt ook gesproken over de Waelkine die ten oosten van Rikedaele ligt. Die waelkine is naar onze mening de Dunokreek uit het nog uit te
geven boorrapport van medio 2006.
Akte 50 van 1474 uit het cartularium
van Borsele zegt er over ; - Dat is buyten den ouden Zwene ter zeewaerts.
In die loipt duer Zandijc-polre ende alzoe voort streckende bezuyden
onser Vrauwerkerke in den polre ende alsoe voert langhs dien dijcke
en den dijc daerbinnen (de Vroonweg ?), westwaert streckende an die
zuydzijde langes bij den duijnen tot Rijkedane toe-
Dat is naar onze mening te vertalen in "vanaf de oude begraafplaats
van Vrouwepolder, via de Dorpsdijk, de Kon.Emmaweg, de Vroonweg, tot
de inrit van Overduin. Daarop na 15 mtr westwaerts via het Bogaartsweijedijkje
via de Vroonweg naar het westen tot de aansluiting met de Dunoweg waar
ten westen Rikedale (Rikedane) lag."
De zuidgrens eindigde dus bij Rikedale.
De westgrens.
Daar zijn wat meer gegevens over bekend. In 1436 heeft de abt van Middelburg
in de duinen het jachtrecht tussen Rijkendael en Domburg 063. Ten
oosten van dat punt begint het gebied van Vrouwenpolder.
In het boek
"De abdij van Middelburg" staat op blz. 47 die grens ook getekend.
In diezelfde acte 50 wordt ook gezegd "Alsoe al sinen bij der
poorte van den uuthove van Dunenhoefde dweers duer die duijnen in die
zee rechte noort gepeilen mach".
Het perceel "voor de poorte" vind
je terug in de overloper de Vijfambachten van 1584.
We interpreteren dat "Alsoe al sinen bij der poorte enz" met -gekomen
zijnde bij de poort van Duno vind je die westgrens als je een lijn trekt
in noordelijke richting over het "ogediekse pad", totdat je bij de
duinen komt en als je daar bent een lijn door de duinen naar de zee trekt. Die
grens vind je b.v. ook op de kaart P.33-N.72 in de collectie Boden-Nijenhuis.
Het leek ons zinnig dit verslag te publiceren in de website.