Inpoldering.Gapinge.00
De geschiedenis van de inpolderingen rond Serooskerke, Gapinge en Zanddijk
is vrij complex.
In de archieven is er weinig geschreven over deze inpolderingen. Je vindt
bv zelden een naam van een polder, laat staan een verhaal over de inpoldering
van die polder. Daarbij komt ook nog dat er bij een stormvloed rond
1392 aan de oostzijde van dit gebied nogal wat grond verloren zou
zijn gegaan.
Er is nog een verdere handicap. Je kunt de geschiedenis van de inpoldering
niet per parochie behandelen.Daarvoor is de onderlinge samenhang tussen
de inpolderingen van drie parochies Serooskerke, Gapinge en Zanddijk te
groot. De inpolderingen worden per parochie behandeld, maar steeds worden
de inpolderingen in de aansluiende parochies meegenomen, als die in het
zelfde tijdsbestek gebeuren.
Voor de westgrens van het gebied hanteren we de Oostkappelseweg en de
Wilgenhoek weg, voor de oostgrens het Veerse meer en het daarin verdronken
land.
Voor de zuidgrens de oost/westweg die begint ten zuiden van Serooskerke,
loopt via Gapinge en dan zo langs Zanddijk naar het kanaal.Sommige percelen
ten zuiden van deze weg worden meegenomen. De noordelijke begrenzing wordt
ongeveer gevormd door de ringdijk van Walcheren, die omstreeks 1200 gereed
zou zijn gekomen. Deze dijk is op de kaart van Bennema terug te vinden.
130
We beginnen met de inpolderingen rond Zanddijk, omdat Zanddijk een vrij
vroege vermelding heeft n.l in 1153 en de naam Zanddijk er op wijst dat
er op die datum een zandige dijk was, die mogelijk in de middellandkreek
bij Veere was gelegd.
De bronnen
Belangrijk voor ons onderzoek is de tiendekaart van notaris Loeff. Die
tienden werden door de Bisschop van Utrecht gegeven, vaak aan de Ambachtsheer
van een parochie, na de inpoldering. Deze tiendenblokken zijn eeuwenoud.
We zijn er van uitgegaan, dat een tiendeblok overeenkomt met een inpoldering.
Een duscutabel standpunt, maar omdat er zo weinig historische bronnen
beschikbaar zijn, zijn we toch maar van dat standpunt uitgegaan. De tiendeblokken
komen vaak qua ligging overeen met de blokken in de overlopers van 1566
en van 1584, een volgende bron voor ons onderzoek. De diverse blokkaarten
van Des Tombes 07 en die van 1920 146
zijn ook gebruikt in het onderzoek, alsmede de kaarten van Hattinga
027 en Bernards 145
Van belang zijn ook de gegevens van het bodemonderzoek van Bennema
en van de Meer
Op de veldnamenkaart wordt de ligging
van de percelen aangegeven. Ook dit kan een aanwijzing zijn, of een deel
van het block apart is ingepolderd.
In de overloper van de Oostwatering worden de volgende bloknamen vermeld. Deze
blocken staan hieronder in volgorde van inpoldering genoemd.
Blocknummer. 1. Den block bewesten
Gapinge kerke
14.5 gemet min 1 roe ende 1.5 gemet in Vroon
Blocknummer. 2. Den block daer Claes
Mertchen plach te woonen. 131 gemet 10 roe Blocknummer.
13. Den block benoorden dorpe 90.5 gemet en 114 roe ende in Vrijland 6.5 gemet
Blocknummer. 12. Den block achter Oort
Cornelisse, daer Cornelis Adriaense
Boorts plach te woonen 42.5 gemet en 10.5 roe
Blocknummer. 11.Den block daer Cop Pieterse
Mercx in plach te woone nu
Jan Pieters Cop Molens in woont 25 gemet en 106 roe
Blocknummer. 10.Den
block daer Zomer Adriaense in woont 92 roe minus 7 roe
Blocknummer. 5. Den block daer Arent Vriese
inne woont. 37.5 gemet en
109 roe
Blocknummer. 7. Den block bewesten Jacob
Willemse 20 gemet en 53 roe
Blocknummer. 6. Den block daer Cornelis
Gillisse plach te woonen ende nu
Hubrecht Janse . woont. 95.5 gemet en 52 roe in Vroon 75 roe
Blocknummer. 4. Den block voor Jan Adriaen
Steven Heijne placht te woonen Nu Pieter Lonis .23.5 gemet en 25 roe
Blocknummer. 3. Jan Willem Snijders block 22 gemet en 63 roe
Blocknummer. 8. Den block daer Huijchina
Jasper in plach te woonen en nu
Jacob Willemse. 52 gemet en 69 roe
Blocknummer. 9. Den block bezuiden den Dricht 19.5 gemet en 72 roe
Blocknummer. 14. De wijnvrouwe van Soetendaale.
Per block is er een webpagina gemaakt. De webpaginanummers zijn gegeven
in volgorde van de veronderstelde inpoldering. Het zal duidelijk zijn,
dat die volgorde toch vaak het karakter zal hebben van "zo zou het
kunnen zijn"
Er speelt nog een ander probleem een rol. Kun je wel stellen, dat elk
block een aparte inpoldering is geweest.? Omdat het vaak verjongde gronden
zijn (Bennema) moeten ze op een of andere wijze toch beschemd zijn tegen
overstromingen. De verschillen in perceelindelingen zouden kunnen wijzen
op een aparte behandeling, in dit verband op een aparte inpoldering.
Er is o.i. geen andere verklaring voor de onderling per bloack afwijkende
perceelindeling.
Jammer genoeg heeft Bennema bij zijn grondonderzoek weinig oude dijken gevonden
Kaart 1. Gapinge.01 (klik hier)
|