DE INPOLDERING VAN NOORDWALCHEREN

 

Deze kaart is samengesteld uit gegevens van de veldnamenkaart gecombineerd met een vijftal zeventiende eeuwse parochieblockkaarten. Wat hedendaagse gegevens zorgen voor een goede oriëntatie.

De POLDERS rond OOSTKAPELLE

4. De stormvloed van 1134 en het ontstaan van de Dunopolder.
De stormvloed van 4 october 1134 deed zuidwest Nederland verworden tot een archipel. De Honte werd aanzienlijk verwijd en wordt zelfs in 1183 een zee genoemd. In één van de bronnen wordt van Walcheren gezegd 075, dat het eiland veel schade heeft geleden. Het schijnt, dat als reactie op de overstromingen, de dijkbouw een impuls ontving, aldus Buisman, de schrijver van Duizend jaar weer, wind en water in de Lage Landen. In de buurt van het punt, waar de Kromme Zeeduinselaan op de Noordweg uitkomt, ontstond er tengevolge van de stormvloed een dijkdoorbraak in de Noordweg. Het was altijd al een zwakke plek en toen het zeewater, hoogopgestuwd door de stormvloed, niet meer weg kon, was het leed niet meer te overzien. Ook het gebied ten zuiden van de Noordweg moet zeer geleden hebben. Eeuwen later worden op de veldnamenkaart nog verschillende percelen vernoemd naar deze dijkdoorbraak (weel). De juiste plek van die weel moet nog worden vastgesteld

De stormvloed van 1134 moet wel zeer krachtig geweest zijn. De afstand van de zee tot aan de weel, die heden nog 2 km is, moet toen ca. 3 km geweest zijn. Als er op dat moment al duinen waren geweest, b.v. even ten oosten van waar nu de parkeerplaats op het eindpunt van de Duinweg in Oostkapelle ligt, dan was de zee bij het overstromen te zeer afgeremd geweest en had de weel waarschijnlijk nooit kunnen ontstaan.

Tussen 1014 en 1134 wordt nog een stormvloed genoemd, maar deze stormvloed wordt slechts in één buitenlandse bron vermeld en verder nergens bevestigd. 076. We menen dat het niet deze stormvloed geweest kan zijn, die de weel in de Noordweg kan hebben veroorzaakt.

Een tussenstation !.
De nu volgende kaarten hebben betrekking op de periode 1134-1199.
Daarbij is de datum 1199 van belang. Immers, op die datum komt de abdij van Rijnsburg in het bezit van 250 gemet op Walcheren. Een deel van die 250 gemet en wel 16 gemet wordt genoemd "het oesterse nieuwe lant". Volgens Neuteboom-Dieleman werd deze 16 gemet in 1277 niet verkocht aan de "proost int clooster".
Als dus deze 16 gemet reeds in 1199 ingepolderd was, dan is het bijna zeker zo, gezien de ligging van deze 16 gemet, dat de dijk, waarop nu de Dunoweg ligt, er al was in 1199. Bovendien blijkt, dat in 1213 Rijnsburg in dezelfde polder in het bezit is van nog eens 100 gemet.
In 1247 wordt Duunhovede (Duno) genoemd met de Gorspolder en de Sluispolder 077, en die kunnen ook alleen maar aangelegd zijn, nadat de Dunoweg er was.
Bij Duunhovede lag de "berg van Cos", een kasteel- of torenberg dus, met als basis de reeds aanwezige vliedberg. Duunhovede als kasteel zal vermoedelijk toch pas gebouwd zijn, nadat de polder, waarin nu de hofstede Duno (het voormalige Duunhovede) ligt, was drooggevallen. Het huidige Duno "binnen zijn grachten" staat niet op vroongrond. Toch ligt er vlak bij het huidige Duno nog een perceel grond van 4 gemet en 32 roe vroon. Mogelijk is er op dat perceel nog een herenboerderij gebouwd, voordat Duno "binnen zijn grachten" ontstond.
Uitgaande van deze bovenstaande hypothese, komen we tot de onderstaande kaarten, beginnende met no.5.
Op die pagina's vindt U een datering. Het zal duidelijk zijn, dat zo'n datum natuurlijk alleen maar een ruwe schatting kan zijn.

Het ontstaan van de Dunopolder rond 1136.
Allereerst de naam Dunopolder.
Het is net als in de astronomie, iemand ontdekt een onbekende ster en de ontdekker mag die ster dan een naam geven. Zo is het hier ook, de polder, die begrensd wordt door "de Duinweg", de "Noordweg", en de "Dunoweg", heeft nog geen naam. Het lijkt ons goed deze polder de naam Dunopolder te geven, genoemd naar het vroegere "kasteel" Duunhovede (Duno).

Er is hier wel een probleem. De begrenzing in de buurt van de Vliedberg is wel een probleem. Het gedeelte waarin Rikedale ligt, wordt in de overloper van 1584 als een apart block genoemd, nl. block 1. We nemen dus aan dat dit gedeelte later is aangelegd. Daar komt nog bij dat de percelen in die polder vroon- of vrijland wordt genoemd. Daarnaast werd een gedeelte van de Dunopolder eerst gezien als een aparte polder met de naam Middenhof- polder. De Kromme Zeeduinselaan zou de westdijk van die polder geweest zijn. Het booronderzoek op die laan heeft niet aangetoond dat die laan op op een dijk lag. Wel is de grondsoort van dat Middenhofgebied van een andere samenstelling als de rest van de Dunopolder. Mogelijk was het Middenhof hoger gelegen dan het gebied ten noorden hiervan
Vrij snel na de ramp van 1134 zal de Vroonweg"dijk" zijn aangelegd, tussen daar waar nu de Oostkappelse midgetgolfbaan ligt, dat is het kruispunt van de Duinweg en de Vroonweg én het kruispunt Dunoweg-Vroonweg. Mogelijk verwijst een vroege opmerking over een polder bij Oostkapelle, een opmerking die van vóór 1200 zou dateren, naar deze "Dunopolder".
Oostkapelle lag dus niet meer direct aan zee.
Het gevolg was, dat het visserspad van Oostkapelle naar de Zwene ontstond. Dit visserspad wordt op verschillende kaarten vermeld, waaronder de veldnamenkaart. Dat visserspad zou dan meer dan 850 jaar oud zijn.

Het is de vraag of er nog een tussenfase is geweest bij het afsluiten van de Dunopolder. In de Dunopolder kent de overloper van de Vijfambachten van 1584 twee blocken in die polder, nl. een gedeelte van block 7 en block 1. Block 1 is dat gedeelte van de Dunopolder dat in het noorden ligt en waarin het plaatsje Rikedale kwam te liggen.

5. Het ontstaan van Rikedale rond 1136. (klik hier)