DE INPOLDERING VAN NOORDWALCHEREN

Deze kaart is samengesteld uit gegevens van de veldnamenkaart gecombineerd met een vijftal zeventiende eeuwse parochieblockkaarten. Wat hedendaagse gegevens zorgen voor een goede oriëntatie.

De POLDERS rond OOSTKAPELLE

8. De dijk bij Ipenoord rond 1160.
De dijk onder de Noordweg in oostelijke richting zal wel ge-eindigd zijn ongeveer ter hoogte van Ipenoord.
Voor het afsluiten van de getijdestroom daar ter plaatse, was het tussen 1014 en 1134 nog te vroeg. Dit moet een belangrijke getijdestroom geweest zijn, de bodemkaart van Bennema laat zien, dat de grond daar behoorlijk verstoord is geweest. De eigenaar van Ipenoord, het tegenwoordige Hotel GreenWhite weet te vertellen dat rond zijn hotel de zandlaag pas op een diepte van vele meters wordt gevonden. Ook liggen rond zijn gebouw nog resten van een waterpartij. Het aanleggen van een dijk door deze getijdestroom moet een zware en dure klus geweest zijn. Gezien de ontwikkeling van de bevolkingsgroei op Walcheren lijkt het erop dat de aanleg van die dijk niet direct na de stormvloed van 1014, maar eerder na die van 1134 heeft plaats gevonden. Dat past ook bij de gedachte, dat de ringdijk rond Walcheren in ca. 1200 voltooid was. Wel is het opvallend, dat de dam in de Serooskerkse sprink, de Keke, pas in 1200 schijnt te zijn aangelegd, en deze dam bij Leeuwendamme is veel kleiner dan die bij Ipenoord.
Op de kaart is de vermoedelijke ligging van deze getijdestroom ingetekend. Gegevens komen vooral uit de geomorfolische kaart en uit de kaart van Bennema. Ook de veldnamenkaart geeft een belangrijke bijdrage. Behalve dat daar aan de ligging van de percelen ten westen van de afsluiting, dus in block 5 en block 6, het nodige valt af te lezen, zijn er ook nog de waterpartijen bij Ipenoord en de resten van de Overduinse sprink. Deze sprinck sluit precies aan op de getij(kreek)bedding op de geomorfolische kaart.

Het gebied ten noorden van de dijk bij Ipenoord is rond 1251 ingepolderd door de abt in Middelburg. Er is immers een oorkonde van 12 mei 1251 waaarin vastgesteld wordt dat de begrenzing van dat gebied met het gebied van Rijnsburg moet lopen volgens reeds bestaande evenwijdige grenzen met Rijnsburg. Evenwijdig met die grens loopt daar nog een stukje sloot op de veldnamenkaart. Deze sloot zal vermoedelijk via de kreken rond Ipenburg aangesloten zijn geweest op de Oostkappelse Sprincke. Over deze strook ten oosten van de Achterweg (Dunoweg) wordt in de overloper van de Vijambachten nog in 1584 gesproken
Getuigen stelden vast dat die strook land behoort tot het ambacht vanOostkapelle

9. De Vatepolder (klik hier)