DE INPOLDERING VAN NOORDWALCHEREN

Deze kaart is samengesteld uit gegevens van de veldnamenkaart gecombineerd met een vijftal zeventiende eeuwse parochieblockkaarten. Wat hedendaagse gegevens zorgen voor een goede oriëntatie.

De POLDERS rond OOSTKAPELLE

10. De afsluiting van de Zeeduinkreek bij de paal voor Rikedale en de polders ten oosten van het Bogaarsweijedijkje

Deze kaart heeft een probleem. Eigenlijk zou deze kaart gesplitst moeten worden in een vijftal aparte kaarten, maar ook dat is weer niet zo handig, want dan raak je snel het overzicht kwijt. Dus proberen we het toch maar bij één kaart te houden.

In deze kaart behandelen we ruwweg de periode tussen ong. 1160 en 1291.
1. Bij een grondboring ten noorden en ten zuiden van de Vroonweg in de zichtas van Zeeduin werd geconstateerd, dat de samenstelling van de bodem aan de westkant sterk afweek van de samenstelling aan de oostkant van de Vroonweg. Ook werd het schor in de zichtas niet gevonden. De conclusie was, dat er een geul gelopen moet hebben, die door een dam (nu de Vroonweg) werd afgesloten. Mogelijk wijst de naam "Sluitershoek", die op de veldnamenkaart staat in dat gebied, op deze afsluiting.

2. Deze dam zou kunnen aansluiten op de Bogaardweijedijk. (zie kaart). De afstand tussen die dijk en de Vroonwegdam is ong.75 meter. In dat stuk is nog niet geboord. De Bogaardweijedijk was een zeedijk. Boringen gaven aan, dat deze dijk op het schor rust.
Er is geboord in de noordpunt van die dijk en het eindpunt van die dijk is vastgesteld.
Deze dijk was vermoedelijk een strekdam. In de uitsnede van de veldnamen op deze
kaart zie je dat ten oosten van die dam aanslibbing plaats vond, Daar weer achter geeft de kaart aan, dat daar een kreek liep in noordwestelijke richting. Het is opmerkelijk dat 700 jaar later de loop van die kreek, die begint op de noordpunt bij de Sluispolder, nog te herkennen is.

3.De paal voor Rikedale is een apart onderwerp.
In de Custinge van 1291 wordt die paal genoemd, die op ca. 300 roe van de Westpolder (Vrouwepolder) lag. Van de paal wordt in 1291 gezegd dat de afstand tot de zee ca. 400 roe is. De paal staat vlak voor de toenmalige kust en aan het eind van de Zeeduinkreek.
Met een lantaarn erop als waarschuwing voor de scheepvaart dat men land naderde ?
Wat gechargeerd gezegd, zoiets als : -Kapitein, hier rechts af naar Rikedale ! -
De paal was overigens zo bekend, dat in de Custinghe een verduidelijking niet nodig was !
In het verhaal van de Manteling West, wordt hierop teruggekomen.

4. De Bogaardweijedijk was tot ca.1800 de grens tussen Oostkapelle en Serooskerke.
Het gebied ten oosten van de Bogaardweijedijk zal in 1335, na het afsluiten van de Zwene (met een dijk-groene stippellijn-langs de Vroonweg), op de duur
drooggevallen zijn.

Maar voor die datum zijn er nog enkele andere inpolderingen geweest

Klik hiervoor op "Voor Porenswagens"