DE INPOLDERING VAN NOORDWALCHEREN

Deze kaart is samengesteld uit gegevens van de veldnamenkaart gecombineerd met een vijftal zeventiende eeuwse parochieblockkaarten. Wat hedendaagse gegevens zorgen voor een goede oriëntatie.

DE INPOLDERINGEN rond SEROOSKERKE. no.00

De geschiedenis van de inpolderingen rond Serooskerke, Gapinge en Zanddijk is vrij complex.
In de archieven is er weinig geschreven over deze inpolderingen. Je vindt bv zelden een naam van een polder, laat staan een verhaal over de inpoldering van die polder. Daarbij komt ook nog dat er bij een stormvloed rond 1392 aan de oostzijde van dit gebied nogal wat grond verloren zou zijn gegaan. Later werd dit voor het gedeelte dat in de parochie van Serooskerke weer herwonnen.

Er is nog een verdere handicap. Je kunt de geschiedenis van de inpoldering niet per parochie behandelen.Daarvoor is de onderlinge samenhang tussen de inpolderingen van drie parochies Serooskerke, Gapinge en Zanddijk te groot. De inpolderingen worden per parochie behandeld, maar steeds worden de inpolderingen in de aansluitende parochies meegenomen, als die in het zelfde tijdsbestek gebeuren.
Voor de westgrens van het gebied hanteren we de Oostkapelseweg en de Wilgenhoek weg, voor de oostgrens het Veerse meer .
Voor de zuidgrens de Gapingseweg die begint ten zuiden van Serooskerke, loopt via Gapinge en dan zo langs Zanddijk naar het kanaal.Sommige percelen ten zuiden van deze weg worden meegenomen. De noordelijke begrenzing wordt ongeveer gevormd door de ringdijk van Walcheren, die omstreeks 1200 gereed zou zijn gekomen. Deze dijk is op de kaart van Bennema terug te vinden. 130 De bronnen
Belangrijk voor ons onderzoek is de tiendekaart van notaris Loeff. Die tienden werden door de Bisschop van Utrecht gegeven, vaak aan de Heer van de parochie, na de inpoldering. Deze tiendenblokken zijn eeuwenoud. We zijn er van uitgegaan, dat een tiendeblok overeenkomt met een inpoldering. Een duscutabel standpunt, maar omdat er zo weinig historische bronnen beschikbaar zijn, zijn we toch maar van dat standpunt uitgegaan. De tiendeblokken komen vaak qua ligging overeen met de blokken in de overlopers van 1566 en van 1584, een volgende bron voor ons onderzoek. De diverse blokkaarten van Des Tombes 07 en die van 1920 146 zijn ook gebruikt in het onderzoek, alsmede de kaarten van Hattinga 027 en Bernards 145
Van belang zijn ook de gegevens van het bodemonderzoek van Bennema en van de Meer

De blocken van Serooskerke staan vermeld op een kaart uit het Zeeuw archief aanw.1920.81. Ook wordt de ligging van elk block op die kaart aangegeven. Er is een tweede kaart no. 1708 uit het archief des Tombes in Utrecht. Op de veldnamenkaart wordt de ligging van de blocken aangegeven. Ook dit kan een aanwijzing zijn, of een deel van het block apart is ingepolderd.

De volgende blocken worden vermeld op aanw.1920.81. De gegevens op de kaart van des Tombes en de gegevens in de overloper van 1566 en van 1672 wijken hier weer van

In de overloper van de Oostwatering worden de volgende bloknamen vermeld. Deze blocken staan hieronder in volgorde van inpoldering genoemd af.

14. Den block tussen beijde wegen. 87 gemet en 118 roe
15. Den block van Arent Jacopse. 59 gemet en 216 roe
17. Den block waer Wisse Luenis in woonde. 176 gemet en 38 roe
16. Den block van Jan Simon Bollaert. 50 gemet en 216 roe
11. Den block van Adriaen Mannemaakers. 144 gemet en 69 roe
10. Den block daer Lange Pier in plach te woonen. 75 gemet en 42 roe
03.Den block daer Jonge Pier Simonse inne woonde 207 gemet en 143 roe
Block F. Het block genaenpt het Eeperck. 109 gemet en 137 roe
07. Den block benoorden den dorpe. 72 gemet en 284 roe
09. Den Molenblock. 138 gemet en 213 roe (Tombes+ overl.1672=190 gemet en 10 roe)
02. Den block daer Lenaert Hendricxse Veldam inne woont. 70 gemet en 125 roe
04. Den block genaempt den Oosthoij. (elders Oosthov genoemd) 62 gemet 57 roe
05. Den block genaempt het Westhoij (elders Westhov genoemd) 65 gemet en 131 roe
08. Den block daer Andries Heype inne woont. 22 gemet en 113 roe
Block E. Het block van Cornelis Jacobse. 71 gemet 289 roe
06. Den block daer Cop Abbe in woonde. Leit rontsomme in zijnen wege. 29 g.en 197.r
01. Den block achter Adriaen Heyn Michielse daer Luijck enz, 48 gemet en 160 roe

Block 12 en 13 liggen west Oostkapelseweg, dus buiten Inpoldering N.Walcheren
Tot de inpolderingen rond Serooskerke behoren 2 blocken, die in de VijfAmbachten liggen , te weten blockE en block F

Opvallend is dat veel namen van blocken tussen 1566 en 1672 niet zijn gewijzigd.

Het plaatsen van block 14 en van block 17 op de kaart was niet eenvoudig en de gekozen oplossingen zijn discutabel.
Block 14 wordt op de blockkaarent wel aangegeven maar daar past geen 87 gemet en 118 roe in. Bovendien wordt block 14a in het overzicht nergens genoemd. Daarom is block14a ten noorden van block 14 gevoegd bij block 14 zodat de totale oppervlakte van 87 gemet en 118 roe beter past. Dat klopt ook beter met de naam van het block " Tussen beijde wegen".
Block 17 is een nog groter probleem. Als je op de kaart van Des Tombe kijkt wordt block 16 bijna 3 x zo groot aangegeven als block 17, terwijl dat block 17 qua oppervlakte 3.5 x zo groot is als block 16. Al de blocken worden ingetekend op de veldnamenkaart, dan blijft er aan de oostkant van Serooskerke met de grens met Gapinge een brede strook over waar dan block 16 en 17 moeten liggen. Volgens de blockkaart moet block 16 ten noorden van block 17 liggen. Je kunt op de veldnamenkaart een aantal percelen zien die vermoedelijk aan een daar lopende weg hebben gelegen. Aangenomen wordt dat dit de zuidgrens van block 16 is. Het overblijvende stuk is dan block 17 tezamen met een stuk ten zuiden van de Gapingseweg. Een discutabele oplossing, maar het kan wel.

Per block is er een webpagina gemaakt. De volgorde van de veronderstelde inpoldering begint vanaf de Oostkapelse weg met block 14 en verder vanaf de Gapingseweg en zo naar het oosten en het noorden Het zal duidelijk zijn, dat die volgorde toch vaak het karakter zal hebben van "zo zou het kunnen zijn"

Er speelt nog een ander probleem een rol. Kun je wel stellen, dat elk block een aparte inpoldering is geweest.? Omdat het vaak verjongde gronden zijn (Bennema) moeten ze op een of andere wijze toch beschemd zijn tegen overstromingen. De verschillen in perceelindelingen zouden kunnen wijzen op een aparte behandeling, in dit verband op een aparte inpoldering. Er is o.i. geen andere verklaring voor de onderling per block afwijkende perceelindeling.
Jammer genoeg heeft Bennema bij zijn grondonderzoek weinig oude dijken gevonden

Voor de volgende inpoldering zie no. 14 (klik hier)