DE INPOLDERINGEN
rond VROUWENPOLDER
Het gebied wordt nu begrensd in het zuiden door de "Kon.Emmaweg" en "de
Dorpsdijk", in het noorden en noordoosten door de duinen en in het oosten
door het Veerse Meer. Het gebied is in bovenstaande kaart in geel
aangegeven.
Het verhaal van de inpoldering wordt verteld in zeven hoofdstukken.
Aan het einde van elk hoofdstuk vindt U een button naar het volgende hoofdstuk.
De ligging van de polderdijken geeft een aanwijzing over de bedijkingsvolgorde.
De dijken aan de westzijde van de polders geren als dat mogelijk is, altijd
naar het noordoosten. Logisch, want het zeewater, opgejaagd door de stormen
uit het noorden en het westen, werd dan langs de dijk weggeleid.
Opvallend is, dat namen van polders in de loop der eeuwen veranderen en
dat is ook het geval met namen van dijken. Dat is lastig voor het onderzoek.
In ons overzicht is zoveel mogelijk gekozen voor namen, die gebruikt werden
vóór de ruilverkaveling.
In de 13e eeuw lag op de plaats van het huidige Vrouwenpolder een hoog
schor. De noordkant van het schor liep af naar zee, aan de zuidkant van
het schor lag het Zwene, een zeearm die dwars door Noordwalcheren liep.
Vanuit het westen en het zuiden werd die Zwene langzamerhand ingepolderd.
Met de inpoldering van het Vrouwenpolderse schor werd begonnen, voordat
de inpoldering van de Zwene voltooid was en daardoor ontstond er aan de
zuidkant van het schor, daar waar later de Kon. Emmaweg liep, een van
west naar oost lopende geul. Een deel van die geul heette in 1291 het
Waleke. Tot in de veertiende eeuw werd er van de Vrouwenpolderse polders
gezegd, dat ze op een "insula" een eiland dus, lagen.
Hoe verliep nu die inpoldering ?
De uitleg, die wij er aan geven, komt duidelijk te liggen in de catagorie
"Zo zou het kunnen zijn"
Eerst is er op het Hoge schor een strekdam gelegd. Dit is een dam, die
later de Monnikendijk wordt genoemd en waar de huidige straatnaam van
is afgeleid. Tegen deze dijk vond aan de westzijde aanslibbing plaats.
Dit zou een verklaring kunnen zijn, waarom de dorpskern rond de Vrouwenpolderse
kerk en daar waar nu de supermarkt staat, relatief hoog ligt. Van een
dichtgeslibde getijstroom is immers geen sprake. Bij de opgravingen van
het klooster en latere opgravingen, zou, als er een doorsnede van de dijk
gemaakt is, afgeleid kunnen worden, waar de zeekant lag. Het is duidelijk,
dat er vrijwel direct na het aanleggen van de strekdam, een dijk moet
zijn gelegd, daar waar nu de Kon.Emmaweg, de Westdijk en de Dorpsdijk
liggen, want anders zou de aanslibbing niet kunnen plaats vinden.
Allereerst werd het "Polderke" ingedijkt. Dit is de polder die
direct ten oosten van de Monnikendijk lag. Dit gebied ligt duidelijk lager
dan de dorpskern en dat zou een steun kunnen zijn voor de "Strekdam"theorie.
Immers de aanslibbing vond aan de westzijde plaats. Dit Polderke werd
ook wel genoemd de Nieuwrepolre, later de Vrouwepolder, maar dan toch
weer het Polderke.
Daarna werd ten westen van het Polderke de Kerkepolder ingedijkt. In die
polder lagen drie blocken, het Westeindeblock, het block tussen de twee
Straten en het Kerkeblock.
Duidelijk is aan de vorm van die polder te zien, dat men aan de westkant,
dus bij het later zo genoemde Westeindeblock, is begonnen en dat die Kerkepolder
in zijn geheel in één keer is ingedijkt. Indijking vanuit
de strekdam naar het westen toe, is niet logisch, gezien de voem van de
drie blikkwn, die de Kerkepolder vormen.
Wie polderde nu in en wanneer gebeurde dat ?
Ermerins, notaris in Veere in het eind van achttiende eeuw, veronderstelde,
dat de Vrouwepolder vóór 1299 bedijkt zou zijn. Daar valt
heden (02-12-2002) wel wat meer over te zeggen, alhoewel ook hier weer
het principe "zou zou het gebeurd kunnen zijn"geldt.. Het "hoge
schor" was duidelijk grafelijk bezit en dat niet alleen omdat het
schor een "opwas" was. Een opwas behoorde automatisch tot het
bezit van de graaf, in dit geval dus de graaf van Holland. Of de eerste
inpoldering door of namens de graaf is gebeurd is een goede mogelijkheid.
In 1291 wordt in een Custinghe
gesproken over de Westpolre.
Later blijk, dat die polder dezelfde polder is, die daarna de Noordpolder
wordt genoemd en nog later de Beekhoekspolder, een polder die in het Ambacht
van Vrouwepolder ligt. Dat betekent, dat in dat jaar 1291 er al drie polders
zijn op het hoge schor ; het Polderke, de Kerkepolder en de Westpolder.
In 1282 is Wolfert I van Borsele reeds eigenaar van Vrouwepolder want
in dat jaar draagt hij zijn gronden op aan de graaf en ontvangt ze weer
terug. Dit moet gezien worden als een soort eerbetoon, want de gronden
waren al een "goed" leen. Wolfert's
aankoop van graaf Floris V moet dus tussen 1266 en 1282 gebeurd zijn.
Dan is er een acte uit 1314, waarin graaf Willem III aan Wolfert II opdracht
geeft om nu eens te beslissen, wanneer die kapel in Vrouwepolder gebouwd
wordt, waarvan zijn vader graaf Willem II, dus vóór 1266
aan de abt van Middelburg al tiendrechten had toegezegd. Ook in een acte
uit 1324 in het bisschoppelijk archief in Utrecht wordt er op gewezen
dat Willem II heeft gezegd, dat in Nieupolre, dat door hem bedijkt is,
er een kapel gebouwd zou moeten worden. In latere actes rond 1350 wordt
echter gesteld, dat Wolfert II Vrouwepolder "uit de zoute zee"
gedijkt heeft. Maar één van die actes is van een Utrechtse
domkanunnik op 150 km. afstand van Vrouwepolder, een kanunnik, die schrijft
over een situatie van honderd jaar daarvoor. Mogelijk een verschrijving
van Wolfert II in plaats van Wolfert I of wijst hij op de inpolderingsactiviteiten
van Wolfert II tijdens het leven van die kanunnik ?
Er speelt nog een ander probleem een rol. Kun je wel stellen, dat elk
block een aparte inpoldering is geweest.? Omdat het vaak verjongde gronden
zijn (Bennema) moeten ze op een of andere wijze toch beschemd zijn tegen
overstromingen. De verschillen in perceelindelingen zouden kunnen wijzen
op een aparte behandeling, in dit verband op een aparte inpoldering.
Er is o.i. geen andere verklaring voor de onderling per bloack afwijkende
perceelindeling.
Jammer genoeg heeft Bennema bij zijn grondonderzoek weinig oude dijken gevonden
Kaart 1. Serooskerke.01 (klik
hier)
Anderen zijn nog bezig om deze problemen nog eens goed te bezien, maar
voorlopig houden we het er op, dat graaf Willem II vóór
1266 de eerste bedijkingen op het Hoge schor bij het latere dorp Vrouwpolder
heeft verricht.
Het verhaal van deze inpolderingen kunt u lezen beginnende in ;
000. Alle polders in Vrouwenpolders op een rij (klik
hier)
|