DE INPOLDERING VAN NOORDWALCHEREN |
|
|
|
Deze kaart is samengesteld uit gegevens van de veldnamenkaart gecombineerd met een vijftal zeventiende eeuwse parochieblockkaarten. Wat hedendaagse gegevens zorgen voor een goede oriëntatie. |
DE KIJFDIJKHet proces rond de Kijfdijk heeft eeuwenlang een rol gespeeld in de verhoudingen tussen de Oostwatering en de watering van de Vijfambachten. Dat werkte dan weer door in de verhoudingen tussen het bestuur van de Vijfambachten en de diverse kloosters in dat ambacht, waaronder de abdij van Rijnsburg. Wat was het geval ? Het bestuur van de Oostwatering was van mening dat de Vijfambachten moest
bijdragen in de onderhoudskosten van een dijk ten noorden van Veere, die
van de Vijfambachten vonden van niet en dat verschil van mening gaf aanleiding
tot veel getwist, ruzie en processen, vandaar dat die bewuste dijk de
Kijfdijk werd genoemd. Die processen gingen maar door en soms raakte men
het spoor bijster. Dan was er een uitspraak in het voordeel van de Oostwatering,
dan weer in het voordeel van de Vijfambachten. Wel bewijst deze eeuwenlange
twist, dat de Kijfdjk er nog steeds was. De opmerking van Vlam en van
de Waard, dat een overstroming van rond 1390 tot gevolg had, dat het gebied
waar de Oosternieuwlandpolder
lag, verloren ging en dat ongeveer in dezelfde regio een andere, mogelijk
kleinere Oosternieuwlandpolder ontstond, lijkt onlogisch want de processen
gingen steeds over dezelfde dijk, die 500 roe lang blijkt te zijn. Op bijgaand kaartje is de Oosternieuwlandpolder in roze aangegeven, de Kijfdijk in rood en de Goedepolder in groenblauw. De oostgrens van de Goedepolder is ook de Oostgrens van de Vijfambachten. In groen de Weelpolder, die later ooit door een doorbraak is ontstaan, maar ligt in het gebied van de Oostwatering. Hoe past dit nu in bij het verhaal over de inpoldering van Noordwalcheren
? Tussen 1293 en 1318 024 is de Goedepolder ingepolderd. Omdat Walcheren toen één dijkgraaf voor geheel Walcheren had, betaalde de Vijfambachten in 1318 mee aan de 500 roe lange dijk bij Veere, alhoewel deze dijk in een andere watering lag. Vanaf 1323 is er sprake van drie dijkgraven, één voor de Vijfambachten, één voor de zuidzijde van Walcheren en één voor de noordzijde van Walcheren. In een acte van 1385 097 wordt gesproken over het watergraafschap van de Vijfambachten en het dijkgraafschap van de 500 roeden dijks bij Veere. Het is duidelijk dat op het moment dat er niet meer sprake was van één dijkgraafschap voor geheel Walcheren, en dat de 500 roe dijk in een ander dijkgraafschap kwam te liggen er direct een konflikt ontstond over wie er mee moest betalen aan die 500 roe dijk. Bij de splitsing van het dijkgraafschap in 1323 is waarschijnlijk vergeten om een goede regeling te maken voor de kostenverdeling van het onderhoud van de "Kijf"dijk. Ongetwijfeld speelde hier ook een rol, dat de Goedepolder wel in de Vijfambachten lag, maar in het bezit was van de Abdij van Rijnsburg en dat de Oosternieuwlandpolder weliswaar in de Oostwatering lag maar ook het bezit was van de van Borselens, die regelmatig dijkgraaf van de Oostwateringen waren. En dan was het natuurlijk interessant als je een deel van de onderhoudskosten van een zeedijk die om je eigen polder lag, kon verhalen op je concurrent, de Abdij van Rijnsburg. En de proost int Clooster, de abt van het klooster in Middelburg vond het allang goed. De abt van het klooster in Middelburg had wel belangen in de watering van de Vijfambachten, maar de kosten voor het onderhoud van de Kijfdijk, die de Vijfambachten zouden moeten betalen, zouden toch doorberekend worden aan de Abdij van Rijnsburg. Er is ook een variatie mogelijk op de hierboven geschetste ontwikkeling. Ook de datum 1393 is niet geheel zeker, Buisman 082 noemt in die periodes verschillende verscillende stormvloeden. Er is er één op 1391 en op 4 jan. 1392. Een zware stormvloed wordt vermeld op 21 jan.1393, de St.Vincentiusvloed met zeer veel schade rond Oostende. Mogelijk is er ook veel land verloren gegaan.
.... En zo blijft de "Kijf"dijk een omstreden onderwerp, eeuwenlang. |