DE INPOLDERING VAN NOORDWALCHEREN

kaart

Deze kaart is samengesteld uit gegevens van de veldnamenkaart gecombineerd met een vijftal zeventiende eeuwse parochieblockkaarten. Wat hedendaagse gegevens zorgen voor een goede oriëntatie.

DE KIJFDIJK

Het proces rond de Kijfdijk heeft eeuwenlang een rol gespeeld in de verhoudingen tussen de Oostwatering en de watering van de Vijfambachten. Dat werkte dan weer door in de verhoudingen tussen het bestuur van de Vijfambachten en de diverse kloosters in dat ambacht, waaronder de abdij van Rijnsburg.

Wat was het geval ?

Het bestuur van de Oostwatering was van mening dat de Vijfambachten moest bijdragen in de onderhoudskosten van een dijk ten noorden van Veere, die van de Vijfambachten vonden van niet en dat verschil van mening gaf aanleiding tot veel getwist, ruzie en processen, vandaar dat die bewuste dijk de Kijfdijk werd genoemd. Die processen gingen maar door en soms raakte men het spoor bijster. Dan was er een uitspraak in het voordeel van de Oostwatering, dan weer in het voordeel van de Vijfambachten. Wel bewijst deze eeuwenlange twist, dat de Kijfdjk er nog steeds was. De opmerking van Vlam en van de Waard, dat een overstroming van rond 1390 tot gevolg had, dat het gebied waar de Oosternieuwlandpolder lag, verloren ging en dat ongeveer in dezelfde regio een andere, mogelijk kleinere Oosternieuwlandpolder ontstond, lijkt onlogisch want de processen gingen steeds over dezelfde dijk, die 500 roe lang blijkt te zijn.
Eén van die vonnissen, dat van 29 augustus 1446 door het Hof van Holland 092 was in het voordeel van de Vijfambachten. In dat vonnis wordt een opsomming gegeven van de argumentatie van beide partijen en dat was voor ons onderzoek erg prettig. Wel worden er door beide partijen allerlei argumenten aangevoerd, die zo op het eerste oog niets met de zaak te maken hebben, maar dat is niet zo erg. Het verschaft ons veel informatie over de situatie in de noordkop van Walcheren rond 1446.
Maar de belangrijkste punten staan wel in het vonnis.
In het vonnis wordt n.l. door die van de Vijfambachten verwezen naar een gewoonterecht, dat zegt: Een Watering is verplicht om zijn zeedijken te onderhouden. Wordt er nu een nieuwe dijk gelegd vóór een bestaande zeedijk, dan wordt dat de "Nieuwe (zee)dijk" en heet de oorspronkelijke zeedijk "de oude dijk". De Watering waarin die nieuwe dijk ligt moet dan de "nieuwe" zeedijk onderhouden.
Vrij simpel dus, behalve als de "oude" zeedijk op het gebied van de Vijfambachten ligt en de "nieuwe" zeedijk in het gebied van de Oostwatering ligt.
En dat was hier het geval, want die "nieuwe" zeedijk, waar om gestreden wordt, ligt, zo staat er in bovengenoemd vonnis 093 "ene kwartier van enen mijle buten de pale van den Vijfambachten ende is gelegen in de Oostwatering."
Dus erg simpel, zeggen zij van de Vijfambachten, de oude dijk is een binnendijk, de nieuwe dijk met een lengte van 500 roe 094 is de zeedijk, die ligt in de Oostwatering, beschermt een polder van de Oostwatering en dus zijn de onderhoudskosten voor de Oostwatering
Uit het vonnis blijkt, dat het Hof van Holland dat standpunt volgt.
Wie denkt, dat de zaak hiermee is afgedaan vergist zich.
De processen gaan gewoon door, mevr. Neuteboom-Dieleman vertelt hierover uitvoerig 095 in haar scriptie.
Terug nu naar het vonnis.
De kijfdijk ligt ten noorden van Veere. De kijfdijk is 500 roe lang, dat is 1800 meter. De oostdijk van de Oosternieuwlandpolder is 1800 meter lang, zoals je dat heden op de kaart nog kunt nameten. Het is de enige plaats, waar de twee Wateringen aan elkaar grenzen én waar de oostgrens van de Vijfambachten "ene kwartier van enen mijle" dus ca. 400 mtr.ligt van een buitendijk, in dit geval de oostelijke zeedijk van de Oosternieuwlandpolder.

Op bijgaand kaartje is de Oosternieuwlandpolder in roze aangegeven, de Kijfdijk in rood en de Goedepolder in groenblauw. De oostgrens van de Goedepolder is ook de Oostgrens van de Vijfambachten. In groen de Weelpolder, die later ooit door een doorbraak is ontstaan, maar ligt in het gebied van de Oostwatering.

Hoe past dit nu in bij het verhaal over de inpoldering van Noordwalcheren ?
In het vonnis wordt nog opgemerkt 096 dat "de afgang van dien van den Vijfambachten altois geweest heeft den upgang van Zandijc benoorden Veere". We begrijpen daaruit dat de afwatering van de Vijfambachten ooit ten noorden van Zandijc heeft gelegen. Als je dan de Custinghe van 1291 beziet, dan slaat dat op het Waeleke dat daar in zee uitliep. Dat deel van het Waeleke werd later de Goedepolder. Toen het Waeleke aldaar werd afgesloten en de Goedepolder ontstond, was de oostgrens van die polder tevens de oostgrens van de watering van de Vijfambachten. Die oostgrens was op dat moment een zeedijk, de bovengenoemde "oude dijk".

Tussen 1293 en 1318 024 is de Goedepolder ingepolderd. Omdat Walcheren toen één dijkgraaf voor geheel Walcheren had, betaalde de Vijfambachten in 1318 mee aan de 500 roe lange dijk bij Veere, alhoewel deze dijk in een andere watering lag. Vanaf 1323 is er sprake van drie dijkgraven, één voor de Vijfambachten, één voor de zuidzijde van Walcheren en één voor de noordzijde van Walcheren. In een acte van 1385 097 wordt gesproken over het watergraafschap van de Vijfambachten en het dijkgraafschap van de 500 roeden dijks bij Veere.

Het is duidelijk dat op het moment dat er niet meer sprake was van één dijkgraafschap voor geheel Walcheren, en dat de 500 roe dijk in een ander dijkgraafschap kwam te liggen er direct een konflikt ontstond over wie er mee moest betalen aan die 500 roe dijk. Bij de splitsing van het dijkgraafschap in 1323 is waarschijnlijk vergeten om een goede regeling te maken voor de kostenverdeling van het onderhoud van de "Kijf"dijk. Ongetwijfeld speelde hier ook een rol, dat de Goedepolder wel in de Vijfambachten lag, maar in het bezit was van de Abdij van Rijnsburg en dat de Oosternieuwlandpolder weliswaar in de Oostwatering lag maar ook het bezit was van de van Borselens, die regelmatig dijkgraaf van de Oostwateringen waren. En dan was het natuurlijk interessant als je een deel van de onderhoudskosten van een zeedijk die om je eigen polder lag, kon verhalen op je concurrent, de Abdij van Rijnsburg. En de proost int Clooster, de abt van het klooster in Middelburg vond het allang goed. De abt van het klooster in Middelburg had wel belangen in de watering van de Vijfambachten, maar de kosten voor het onderhoud van de Kijfdijk, die de Vijfambachten zouden moeten betalen, zouden toch doorberekend worden aan de Abdij van Rijnsburg.

Er is ook een variatie mogelijk op de hierboven geschetste ontwikkeling.
Het kan zijn, dat wel tussen 1293 en 1318 de Goedepolder werd afgesloten, maar dan door een schenkeldijk tussen in Vrouwepolder de oostelijke punt van wat vroeger de Oostdijk heette en de noordpunt van wat vroeger de Vrouwepolderse dijk heette. Na de stormvloed van 1293 zou dan de Oosternieuwlandpolder zijn ingedijkt. Maar dat rijmt dan weer niet met wat andere gegevens.

Ook de datum 1393 is niet geheel zeker, Buisman 082 noemt in die periodes verschillende verscillende stormvloeden. Er is er één op 1391 en op 4 jan. 1392. Een zware stormvloed wordt vermeld op 21 jan.1393, de St.Vincentiusvloed met zeer veel schade rond Oostende.

Mogelijk is er ook veel land verloren gegaan.

 

 

 

....

En zo blijft de "Kijf"dijk een omstreden onderwerp, eeuwenlang.