BEGRIPPEN
In deze website worden vaak "begrippen" of zo je wilt "moeilijke" woorden
gebruikt, die niet voor iedereen direkt duidelijk zijn.
Vakjargon dus.
Dat is jammer, maar waarschijnlijk onvermijdelijk. Als je met b.v. een
jurist praat en je vraagt zo'n man, "kun je het niet in begrijpelijk Nederlands
schrijven", dan hoor je (en dat zal ook wel terecht zijn) "wat wij aan
"moeilijke" woorden gebruiken, dat zijn dan woorden die in de rechtspraak
een "begrip" vertegenwoordigen, waar achter een heel stuk juridische ervaring
zit "
Toch dachten we een knop te moeten maken in onze website, waarachter
een soort verklarend woordenboek zit, met daarin een korte verklaring
van dat woord.
Soms is dat niet genoeg en dan wordt er verwezen naar een aparte webpagina,
die dan in blauw is aangegeven, voorafgegaan door de tekst : "Ga naar...
Alle anderen onderwerpen kunt u raadplegenvia de knop INHOUD
Aanwas = land ontstaan door opslibbing tegen een dijk
Allodiale grond = grond waarover men krachtens eigendom beschikt
(vrij eigen)
Baanders = pachters van grond
Blocken = ga naar Overlopers
en blocken
Custinghe = betekent-verslag van een opmeting-,zie verder Custinghe
Ettinge = recht van beweiding of een weide
Gemet = ga naar Maten en geld
Geulen = Ga naar Sprinken
Hevenen = ga naar Maten en geld
Hofstede = kan zowel boerderij als het huis van een ambachtsheer
betekenen
Kreken = ga naar Sprinken
Leengrond = Grond die men als leen ontvangen had van bv de graaf.
Aan die leengrond waren bepaalde zakelijke rechten verbonden, maar ook
gezagsrechten tov. de opwonenden. Zie verder Zeeuwse Encyclopedie deel.II.pag.243
Maten en geld = ga naar Maten en geld
Middelland = ga naar Duinkerken
Nieuwland = ga naar Duinkerken
Opwas = drooggevallen land ontstaan door opslibbing op een schor
Overlopers = boeken waarin gegevens over (grond)belasting werden
opgetekend.
Oudland = ga naar Duinkerken
Parochie = geografisch gebied, waarvan de bewoners door het bisschoppelijk
gezag waren aangewezen als te behoren tot een afzonderlijke kerk De geestelijke
verzorging is in handen van een priester, die permanent aan deze kerk
gebonden is en ondegeschikt is aan een bisschop
Maten en geld = ga naar Maten en
geld
Slufter ga naar Sprinken
Sprinck = ga naar Sprinken
Tienden = is een kerkelijke belasting-, zie verder Tiendenkaart
Vidimeren = bekrachtigen
Vierschaar = ga naar Vierschaar
Vroongrond = oorspronkelijk heilig land, soms openbaar land.
Ook "oude" duingronden zijn vroonland. Vroonland op oudland is het stuk
grond waarop de ambachtsheer zijn hofstede of versterking kon kiezen,
meestal 2 á 3 gemet groot. Ook bij "nieuw land" kan er sprake zijn
van vroonland. Vroonland was vrijgesteld van het betalen van (dijk)geschot
Vrije grond = grond die vrijgesteld was van de verplichting
"schot" te betalen.
Weel = gat in een dijk, dat is ontstaan na een dijkdoorbraak.
Windroos = In de middeleeuwen werd de tegenstelling tussen de windstreken
oost en west belangrijker gevonden dan die tussen noord en zuid. Dat had
te maken met het belang dat men hechtte aan de baan van zon en maan, die
immers van oost naar west gaat. Er zijn dus relatief meer richtingsaanduidingen
met oost en west, dan met zuid of noord. Bovendien was de windroos enigszins
gedraaid t.o.v. de onze, die de noordpunt op de noordpool heeft. In de
middeleeuwen (en ook later nog wel) plaatste men het noorden op een, volgens
onze begrippen, noordwestelijke punt. Alles draait dienovereenkomstig:
"west" kan naar een tamelijk zuidelijke richting verwijzen, "zuid" naar
een min of meer oostelijke richting en "oost" naar noordoost of zelfs
bijna noord.
Deze begrippenlijst zal bij elke "update" worden aangevuld.
|