DE INPOLDERING VAN NOORDWALCHEREN

JAARTALLEN

Dit overzicht werd in 1999 door Peter Blom, archivaris van het stadsarchief van Veere, samengesteld. Wij ontvingen toestemming om deze gegevens op te nemen in onze website.

Alle andere onderwerpen in deze website kunt u raadplegenvia de knop INHOUD

Hoofdlijnen uit de geschiedenis van het Walcherse platteland

700 v. Chr - 100 n Chr.
Walcheren maakt deel uit van een uitgestrekt veengebied. Bewoning is mogelijk langs kreken, op strandwallen en oude duinen. Bewoningsresten uit deze periode zijn o.a. aangetroffen bij Serooskerke (Molenperk), Oostkapelle en Aagtekerke Bij opgravingen in 1970 werden te Serooskerke resten van hun nederzetting gevonden: enige potscherven, een paal van een huisplattegrond en stukken van een pottenbakkersoven / zoutpan.

100-250
Romeinse aanwezigheid is aangetoond in een handelsnederzetting, welke ongeveer 3,5 kilometer uit de kust van het tegenwoordige Domburg lag. Mogelijk lag hier ook een vlootstation van het Romeinse leger. In 1647 werden resten van de plaatselijke tempel met altaarstenen gewijd aan de godin Nehallannia onder de duinen gevonden.

250-600
Walcheren raakt grotendeels ontvolkt. Mogelijk vond dat plaats in de tijd dat deze streken werden aangevallen door stammen van buiten het Romeinse Rijk. De daaropvolgende periode kenmerkt zich door overstromingen.
Dit mondingsgebied van de Schelde wordt doorsneden door riviertakken, kreken en kreekruggen met daar tussen de uit klei op veen bestaande poelgronden.

600-750
In de buurt van Westhove bij een kreek in de luwte van de oude duinen ligt een nederzetting die waarschijnlijk de naam Walcheren droeg. Deze naam in het oud-Germaans 'Walk-hara' zou zoveel als 'vochtige zandrug' betekenen. Mogelijk was dit de hoofdplaats van het koninklijk domein van die naam dat tot in het begin van de 11de eeuw tot het bezit van de Frakische koningen en Duitse keizers behoorde. Gezien de muntvondsten kan geconcludeerd worden dat deze nederzetting een knooppunt was in de handel tussen Groot-Brittannië en het vasteland. Naast het koninklijk domein liggen hier ook uitgestrekte bezittingen van grote abdijen als de Sint-Baafsabdij en de abdij van Echternach. Rond 700 predikt Willibrord hier het Christendom.

750-1000
In de tijd van de Noormannen-invallen vanaf 885 ontstonden ronde vlucht- en verdedigingsburchten. Op Walcheren waren dat de Middelburcht, de Zuidburcht (Souburg) en de Duinburcht (Domburg). Vanaf het midden van de 10de eeuw raakt de Duinburcht met duinzand overstoven en onbewoonbaar. In de late 10de eeuw is de Westmonsterkerk in Middelburg de enige parochiekerk op Walcheren (zo ook voor de Bevelanden en het eiland Borsele).

1000-1300
Vanaf de 11de eeuw neemt de bevolking toe maar wordt het gevaar van overstromingen groter. Op Walcheren worden van de Westmonster vier parochies afgesplitst: Westkapelle, Oostkapelle, Noordmonster en Souburg. Met de Westmonster worden deze vijf als moederparochies aangeduid. Tot 1300 worden vanuit deze moederkerken 31 dochterkerken afgesplitst en zijn er 36 parochies ontstaan. Westkapelle en Domburg krijgen in 1223 stedelijke rechten.

De stormvloeden van 1014 en 1134 die deze streken teisterden deden de inwoners besluiten om de woonplekken op te hogen, de kreken af te dammen en lokale bedijkingen uit te voeren. Graaf Dirk VII schenkt in 1197 ? aan de abdis van het klooster Rijnsburg bij Leiden grond op Walcheren. Hier wordt een (Walcherse) uithof van deze abdij gesticht.

Ter afsluiting van grote kreken werden dammen opgeworpen waaronder de Poppendamme en de Lewendamme. Deze laatste dam in de Serooskerkse sprink ter plaatse van de gelijknamige boerderij aan de kleine Putweg vormde de afsluiting van de grote kreek. Hierin heeft zich waarschijnlijk de afwateringssluis van Serooskerke bevonden. De hierdoor ontstane sprink komt in een akte uit 1200 voor onder de naam Kene. Ook de naam Alardeskirka: de kerk van heer Alard, de oudst bekende naam van Serooskerke, komt hierin voor het eerst voor.

Alard was een van de adelijke herenboeren die in deze tijd van de landsheer grond met bijbehorende rechten in leen hebben gekregen. Deze edelen konden hun eigendommen en rechten overdragen aan hun zonen. Om meer belang aan de nederzetting te kunnen geven streefden ze ernaar om een eigen schepencollege te vormen. Een voorwaarde hiervoor was dat binnen het gebied een eigen kerk werd gesticht. De heer van Serooskerke was hierin blijkbaar succesvol en omstreeks 1200 werd zijn ambacht zelfstandig. Op Walcheren komt dit meer voor en is dit verschijnsel duidelijk te zien in de plaatsnamen eindigend op -kerke voorafgaand door een persoonsnaam. En zo werden door heren luisterend naar de namen Biggo, Melis, Grippo, en Poppe Biggekerke, Meliskerke, Grijpskerke en SerPoppekerke gesticht. Schapenteelt en moernering (zoutwinning) zijn belangrijke economische bezigheden.

De adelijke familie Van Borsele weet vanaf 1250 zijn machtsgebied uit te breiden op Walcheren Nabij Zanddijk stichten zij hun veste genaamd Sandenburch. Door Wolfert I van Borsele wordt de nederzetting Veere gesticht.
Wolfert geeft ook de aanzet voor het bedijken van de schorren in het noorden van Walcheren. De nederzetting die hier ontstaat wordt als Niepolre of Polre en later Vrouwenpolder aangeduid.

1300-1574
Aan het begin van de 14de eeuw geeft Walcheren het volgende beeld te zien: op de grotere kreekruggen liggen kerkdorpen waar akkerbouw wordt bedreven, op de kleinere kreekruggetjes alleenstaande boerderijen . Hiertussen liggen weidegebieden waar de moernering haar sporen heeft nagelaten. Een aantal kleine havenplaatsen met visserij en enige handel zijn in opkomst. Middelburg is het bestuurlijk, kerkelijk en economisch centrum.

In de loop van de 14de en 15de eeuw komen veel Walcherse ambachten in bezit van het geslacht Van Borsele, de heren van Veere. Na de moord op Wolfert I in 1299 weten zijn opvolgers de Veerse tak tot een van de machtigste en rijkste families van Zeeland te maken. Dit dankzij een bloeidende handel, een bewuste politiek van grond- en rechten verwerving en een uitstekend beheer van hun grondbezit. Op Walcheren bezitten zij naast hun Veerse eigendommen ook heerlijke rechten in Zanddijk, Vrouwenpolder, Vlissingen, Westkapelle, Poppekerke, Boudewijnskerke, Biggekerke, Kleverskerke, Welzinge, Koudekerke en Krommenhoeke. Tussen 1450 en 1550 beheersen de heren van Veere uit de geslachten Van Borsele en Van Bourgondië het grootste deel van het eiland. Met het sterven van Maximiliaan van Bourgondië in 1558 kwam een einde aan hun heerschappij. Een met flinke schulden beladen boedel wordt openbaar verkocht, het kasteel Sandenburgh verviel.

Naast landaanwinst in het noorden vindt bij Zoutelande (vanaf 1422) en Westkapelle (vanaf 1432) duinverlies plaats. In 1458 besluit men tot verplaatsing van de kerk en in 1483 wordt een 500 meter lange dijk aangelegd. Omstreeks 1500 wordt de smalle duinenrij ter plekke omgevormd tot een zee-kerende buitendijk met paalhoofden. Aan de bloeiperiode van Westkapelle, Domburg en Zoutelande komt een eind.

Vanaf 1520 doet zich een snelle ontwikkeling van de Reformatie op Walcheren voor. In diverse dorpen en steden zijn Dopersen en Hervormdingsgezinden actief. Dorpspastoors preken de Nieuwe Leer. Het kloosterleven wordt minder populair. Het in 1452 gestichtte Augustijnerklooster in Vrouwenpolder wordt in 1552 verlaten. Rond 1565 hagepreken in Brigdamme en Dishoek. Beeldenstormers verwoesten in 1566 kerken en kloosters (o.a. Buttinge, Poppendamme, Waterlooswerve, Sint Jan-ten-Heere, Serooskerke, Zoetendale, Popkensburg, Schellach, Zoutelande, Biggekerke, Koudekerke, Zanddijk). Vlissingen en Veere worden in april/mei 1572 door de Geuzen ingenomen. Tot 1574 maken Geuzen en Spaanse troepen het eiland onveilig. Na de overgang van Middelburg naar de Prins van Oranje verlaten de katholieken Walcheren. Geestelijke goederen worden geconfisceerd. Vrijwel het gehele eiland is nu gereformeerd.

1574-1795
Het markizaat van Veere en Vlissingen wordt in 1581 door Willem van Oranje gekocht en veel heerlijkheden, ooit in bezit van de heren van Veere, komen in zijn bezit. Enkele heerlijkheden komen in het bezit van de Walcherse steden. De na de val van Antwerpen (1585) naar Walcheren uitgeweken protestanten geven een sterke impuls aan de bloei van de handel op Oost- en West-Indië. Hierdoor rijk geworden kooplieden laten op het Walcherse platteland hun buitenplaatsen bouwen. De prilste sporen van de Walcherse buitenplaatsen treffen we evenwel al aan in de zestiende eeuw. In de zeventiende en achttiende eeuw komt de aanleg van buitenplaatsen in Nederland en op Walcheren als gevolg van de economische voorspoed pas goed goed op gang. In de kroniek van Smallegange uit 1696 wordt hierover geschreven. "De dorpen, heerlijke huizen en lusthoven liggen zo dicht op malkanderen, dat die den anderen als met een steen kunnen bewerpen". In de omgeving van Domburg en Oostkapelle is er sprake van een bijna aaneengesloten reeks van buitenplaatsen. Uit de beschrijving van Mattheus Gargon de "Walcherse Arkadia" (1715) blijkt dat het Walcherse landschap door de grote fraaie buitenplaatsen wordt gedomineerd.

Het plattelandsbestuur is in handen van de ambachtsheren. Zij benoemen schout en schepen en hebben een belangrijke stem bij het beroepen van de predikanten. Aan het eind van de 18de eeuw keren Walcherse boeren zich tegen de verlichte tijdgeest dat o.a. tot uiting komt in het verzet tegen de invoering van de nieuwe psalmberijming van 1773.

1795-1870
De revolutie van 1795 maakt een eind aan de macht van de ambachtsheren. De Walcherse dorpen worden gemeenten met benoemde burgemeesters en gekozen gemeenteraden. De Franse tijd en de periode vlak daarna is voor Walcheren een periode van diep verval. Als gevolg van de economische en bestuurlijke crisis vertrekken velen naar elders.

Veel buitenplaatsen worden gesloopt. De uitgebreide tuin- en boscomplexen worden verwaarloosd. Een kleine opleving kan rond 1840 worden waargenomen. Aan de Noordweg/Domburgseweg worden de buitenplaatsen Duinvliet, Schoonoord en Ipenoord gesticht. De ontwerper hiervan was K.G. Zocher. In de tweede helft van de negentiende eeuw overspoelt een tweede golf van afbaak de kastelen en buitenplaatsen in Nederland. Voor wegen- en dijkaanleg waren veel stenen nodig. Het goedkope steenkool verdrong hout als brandstof . Bossen en nieuwe aanplant was niet meer rendabel. Grote buitenplaatsen als Huis ten Duine (1849) en Rijnsburg (1868) werden met de grond gelijkgemaakt. De bijbehorende boerderijen bleven wel bestaan. In 1913 waren van de in totaal 120 buitenplaatsen die er aan het eind van de 18de eeuw nog stonden maar twaalf over. Gesloopt werden ook de toren van de kerkruïne van Boudewijnskerke, het kerkhof van Mariekerke (1851) en van Sint Janskerke.

1870-heden
In 1870 wordt de Sloedam aangelegd en wordt het isolement van Walcheren doorbroken. Tot het doortrekken van de spoorlijn in 1872 naar Middelburg bleef Walcheren meestal onbezocht door toeristen. De schoonheid van Walcheren viel ook steeds meer kunstenaars op. Een ongerepte natuur, gestoffeerd met vriendelijke dorpjes en bouwvallige stadjes waarin boeren en vissers in traditionele dracht werden overgoten door een scheut Zeeuws licht. In 1899 bracht de Engels miljonair Albert Ochs zijn vakanties door in het huis de Struis aan de Kaai te Veere. Schilders als Henry Cassiers, Theo van Rijsselberghe en Jan Toorop en zijn dochter Charly werden hier met open armen ontvangen. Later vestigden tientallen kunstenaars zich permanent in Veere. Domburg had zich in diezelfde tijd, en vooral nadat de wonderdokter Metzger zich hier had gevestigd, als mondaine badplaats ontwikkeld. Jan Toorop was een van de eerste schilders die Domburg ontdekte. In 1908 bracht Mondriaan een bezoek aan deze badplaats. Tijdens de Eerste Wereldoorlog kwam het buitenlands toerisme tot stilstand. Belgische vluchtelingen worden in veel dorpen op Walcheren opgenomen. De crisis in de jaren dertig treft de Walcherse landbouw.

Tijdens de oorlogsdagen trachten Franse militairen Walcheren te behouden. Enkelen van hen zijn op kasteel Westhove ingekwartierd. Op 17 mei, na het bombardement op Middelburg moet Zeeland capituleren. Walcheren is zeer strategisch gelegen en grote versterkingen worden langs de kust aangelegd. Vanaf 1942 worden personen die niet economisch gebonden zijn gedwongen te evacueren. In september 1944 wordt Antwerpen bevrijd. Om de Schelde vrij te maken voor de doorvaart van geallieerde konvooien moet eerst Walcheren worden ingenomen. Op vier plaatsen worden de dijken gebombardeerd. Westkapelle wordt totaal verwoest. Het grootste deel van Domburg wordt vernietigd bij beschietingen vanuit zee. De hieropvolgende inundatie betekent het einde van het Walchers landschap. Velen vinden de dood.

Na de droogmaking van Walcheren volgt wederopbouw en herinrichting. Wegen worden rechtgetrokken en percelen worden samengevoegd. Een aantal boeren verplaatst het bedrijf naar Rozenburg of de Noordoostpolder. De verwoestingen op Walcheren ten gevolge van de watersnoodramp zijn minder erg dan in de rest van Zeeland. In 1961 wordt het Veerse Gat afgesloten. Na de herindeling van 1966 ontstaan acht Walcherse gemeenten: Westkapelle, Arnemuiden, Vlissingen, Veere, Domburg-Oostkapelle, Mariekerke en Valkenisse. In 1996 wordt dit teruggebracht tot drie: Veere, Middelburg en Vlissingen. De gemeente Middelburg blijft streven naar één gemeente Walcheren.

 

Samenstelling: Peter Blom/Gemeentearchief Veere, februari 1999.