DE INPOLDERING VAN NOORDWALCHEREN

Kaart

Deze kaart is samengesteld uit gegevens van de veldnamenkaart gecombineerd met een vijftal zeventiende eeuwse parochieblockkaarten. Wat hedendaagse gegevens zorgen voor een goede oriëntatie.

KUSTWAL

In onze website is gebruik gemaakt van de Geomorfologische kaart van Nederland, schaal : 50.000, kaartdeel 48 Middelburg, uitgave 1986. Op die kaart komt de kustwal voor.

Deze uitgave komt van de stichting voor bodemkartering te Wageningen en de Rijksgeologische dienst, nu gevestigd in Delft. Een geomorfologische kaart geeft informatie over de terreinvormen en het reliëf. De terreinvormen worden naar hun uiterlijke gedaante onderverdeeld in vijftien vormgroepen. Die zijn weer gerangschikt van boven hun omgeving uitstekende vormen naar vormen die beneden hun omgeving liggen. Van belang voor de klassificering zijn de verschillende wijze van ontstaan van die terreinvormen. Elke vormeenheid wordt gekarakteriseerd met een driedelige kode. Een hoofdletter geeft de vormgroep aan. Deze hoofdletter wordt gevolgd door een getal, waarmee de vormeenheid van de desbetreffende vormgroep wordt aangegeven. De hoofdletter wordt voorafgegaan door een getal dat betrekking heeft op de reliëfsubklasse.

De kustwal (ook wel genoemd strandwal) zou volgens een bij de geomorfologische kaart behorende toelichting (pag.14) ontstaan zijn rond 900 n. Chr. tijdens een periode van kustafslag, waarbij door golfwerking op het aan zee grenzende land overslagsediment werd afgezet. Dat deze vormeenheid alleen hier voorkomt, hangt samen met de afwijkende profielopbouw van het noordelijk deel van Walcheren, waardoor hier geen of relatief weinig maaivelddaling optrad. Plaatselijk bestaat de kustwal uit kalkrijk grof zand met schelpen. Ze behoren tot de afzettingen van Duinkerken III (vanaf 900 n.Chr. van Rummelen, 1972) Ten zuiden van de kustwal ligt een gebied met welvingen in getijafzettingen. Deze welvingen zijn een gevolg van de aanwezigheid van getij-(kreek)beddingen, die in dezelfde periode zijn ontstaan als de kustwal.

De kustwal is aangegeven in de kleur geel. De kustwal bestaat uit drie delen. De onderbreking tussen deel 1 en deel 2 zou er op wijzen, dat bij het ontstaan van de kustwal de kreek bij de Sluispolder en die bij Ipenoord nog zo breed was, dat de kustwal zich daar niet kon vormen. Dat geldt ook voor de Serooskerkse kreek bij 3 en bij 4. Ten zuiden van de wal zijn de resten van een aantal kreken te herkennen. Er is sprake van een vijftal kreekgroepen, van west naar oost genummerd 1 tm.5

Kreek 1. De kreek in de Sluispolder
Kreek 2. Dit is de kreek rond Ipenoord.
Kreek 3. De kreek van Leeuwendamme, tot dit stelsel behoort ook de kreek ten oosten, die echter wel bij het ontstaan van de kustwal werd afgedamd.
Kreek 4. Deze twee kreken liggen in een ander stroomgebied en zijn in het laatste stadium van het ontstaan van de kustwal afgedamd. De meest oostelijke loopt nl. aan de zuidkant tot in de kustwal door. Bennema echter geeft aan, dat de ringdijk rond Noordwalcheren, daar ter plaatse ontbreekt en dus nog open was. Een belangrijk gegeven voor de inpolderingsgeschiedenis rond Serooskerke en Gapinge
Kreek 5.Hier is echt sprake van een gebied met een aantal kreken. Ook hier loopt één van de kreken door tot in de kustwal, wat wijst op een late afsluiting.

Op delen van de kustwal werd de ringdijk rond Walcheren aangelegd. Het is jammer dat de kustwal niet gevolgd kon worden in het duingebied ten noorden van de Vroonweg bij Oostkapelle.