DE INPOLDERING VAN NOORDWALCHEREN

Deze kaart is samengesteld uit gegevens van de veldnamenkaart gecombineerd met een vijftal zeventiende eeuwse parochieblockkaarten. Wat hedendaagse gegevens zorgen voor een goede oriëntatie.

WAAR lag RIKEDALE ?

1. Waar lag nu Rikedale ? 
Op deze kaart is de ligging van Rikedale ingetekend.
Kaart 1 is een vergrote uitsnede uit een kaart, die gebruikt is bij de Custinghe van 1291
In deze custinghe wordt een verslag gegeven van een landopmeting :
-Van der westerste pale (11) opt zan voer Rikedale CCCC roden (A) ieghens die zee ende op
-den hoke van den Westpolre (12) (iegens die zee) CCCC roden (B),
-die brede tusschen dese tve pale es CCC roden (C), littel min of littel meer-
De hoek van de Westpolder is bekend en vanuit die hoek kun je een cirkel tekenen met als straal die 300 roe. Paal 11 hebben we ingetekend op deze kaart 1.

De ligging van paal 11, die paal "voer Rikedale", is zeer belangrijk
Paal 11 wordt dus berekend vanuit paal 12. Met nadruk staat er bij "littel min of littel meer". Dat is logisch want tussen paal 11 en paal 12 stroomt nog steeds de Waal, vandaar dat ronde getal van 300 roe en de opmerking "littel min of littel meer" .Uitgaande van deze gegevens kan paal 11 gelegen hebben iets ten oosten van het punt waar de Vroonweg en het Hoogendijksepad, genoemd op de veldnamenkaart (ten westen van de inrit naar de buitenplaats Zeeduin vanaf de Dunoweg) samenkomen. Vanaf dat punt op de Vroonweg naar de westpunt van de Westpolder vormt de Vroonweg bijna één rechte lijn. Paal 11 is dan de meest westelijke grenspaal van de heerlijkheid van Serooskerke, zoals uit de kaart van Hattinga van 1751, blijkt. Deze merkwaardige, zich westwaarts strekkende uitstulping van het gebied van de parochie van Serooskerke in dat van Oostkapelle, is dan verklaard-.

Maar daarmee is nog niet vastgesteld waar Rikedale dan precies ligt.
Ten noorden, ten oosten, ten zuiden of ten westen van die paal
En wat zijn roeden, Blooise, Rijnlandse, Walcherse enz
Ten noorden van de paal "voer Rikedale ?"
Maar dan zou Rikedale gelegen hebben op het schor, daar waar nu het Oranjebos is, dus op lijn A. Dat Oranjebos ligt in de parochie van Vrouwepolder, evenals al het gebied ten noorden van de lijn Kon. Emmaweg, Vroonweg tot aan Duinbeek. Uit de tekst bij de bovengenoemde kaart 059 van 1680 blijkt echter duidelijk, dat Rikedale in een uithoek van de parochie van Oostkapelle lag. Bovendien blijkt uit het verslag van 1526 ook, dat Rikedale in de parochie van Oostkapelle lag
Ten oosten van de paal "voer Rikedale ?"
Maar dat is zinloos, want dan zou Rikedale ongeveer op bovengenoemde lijn C liggen en bovendien midden in het stroomgebied van de Zwene en de Waal.
Ten zuiden van de paal "voer Rikedale ?"
Dan moet het plaatsje Rikedale ten zuiden van het Bogaardsweijedijkje lag. Maar ook dat stuit op bezwaren. Rikedale had dan geen bescherming aan de noordoostkant aan de Zwene. De vraag is ook nog of het Bogaarsweijedijkje er al lag in 1291 bij de opname van de Custine. Met nadruk wordt daar immers gezegd, dat alle opmetingen van de voet van de dijk genomen zijn. In de Custine was dan zeker Rikedale als meetpunt genomen
Ten westen van de paal "voer Rikedale ?"
Het is goed om dat gebied eens wat nader te bekijken
Akte 8 van 14 maart 1350 no.8 .069 uit het Cartularium van Borsele geeft wat verdere informatie over dat gebied Allereerst gaat het over verpachte schorren, die buitendijks liggen. Buitendijks, dus na de afsluiting van de Zwene.
Dan gaat de localisering van die verpachte schorren verder;
-Ende van horen weghen verhuert scor ende den uutdijc, streckende van sheren Wolfaert polre (Vrouwepolre) vorschr. westwaerts ten dunen toe al tote den Waelkine dat daer besuden in den Gorspolder leghet ten vate beosten Rijckendale-
Allereerst ligt dat schorrengebied westwaarts van de grens vanVrouwepolre. Mogelijk wordt met die grens bedoeld-"dweers dore dunen in die zee rechte noort ghepeylen mach" Dan de Waelkine die zuidelijk van het gebied in de Gorspolre ligt. Deze Waelkine staat loodrecht op de Hogedijk en komt dan in de Vatepolre die wordt begrensd wordt door de Hogedijk (die dijk is gelijktijdig de westgrens van de Gorspolder), de Dunoweg en de Vroonweg. Naar onze mening is dit gebied ingepolderd nadat de Hogedijk zijn functie als zeedijk had verloren. Die polder had geen naam, dus gaven wij het een naam, de Vatepolder.
De Waelkine loopt door de Vatepolre, passeert de Vliedberg van Duno, kruist de latere Vroonweg(je kunt dat punt nog vinden aan de Vroonweg) en komt uit op het "Grote Scor", mogelijk bij de "Grote crompte" waarvan in de Zelandia Descriptio sprake is. Een Vate is een drinkplaats voor het vee. In het onderzoek van het boorteam wordt gesproken over de aangeboorde Dunokreek die o.i gelijk is aan de Waelkine.
In akte 8 wordt ook de westgrens van die schorren bepaald, die ligt "beosten Rijckendale". Die westgrens komt overeen met de westgrens die in het boek De abdij van Middelburg op blz.47 wordt aangegeven. Zie ook de grenzen van Vrouwepolder.

Samenvattend ; De schorren liggen ten westen van Vrouwepolder, ten noorden van de Gorspolder en ten oosten van Rijckendale. Door de schorren stroomde de Dunokreek. Rijckendale ligt o.i. in block 1 in de Dunopolder

Meer over de omgeving van Rikedale
De Gorspolder wordt eerst in 1247 067 in de bronnen genoemd, gelijk overigens met de eerste vermelding van het kasteel Duno. Toch zal deze polder vrij snel ingepolderd zijn, nadat de Dunopolder was ingepolderd, dus aanzienlijk eerder dan 1247. De westdijk van de Gorspolder was nl. een echte zeedijk, die hoger was dan de dijken in die gebied normaliter waren. Dat is af te leiden uit de naam van die dijk, de Hogedijk, een naam die nog terug te vinden is in het pad daar ter plaatse, dat op de veldnamenkaart wordt aangeduid met "t Ogendieksepad". De ingang van Zeeduin vanuit de Dunoweg, loopt parallel met die dijk, maar dan 150 meter ten oosten van die dijk.
De Hogedijk als zeedijk ?
Maar dat betekent, dat de zee een bedreiging voor deze "Ogendiek" moet zijn geweest en aangezien die dreiging er vooral was bij stormvloeden, kunnen er vóór die dijk geen duinen zijn geweest.
Dat klopt ook wel, want Duno heette eerst Duunhovede, Duinhoofd, dat is daar waar de duinen ophouden, het eindpunt van de duinenrij, gezien vanuit Domburg. Over dit Duinhoofd zegt Boom in 1546 "van de crompte tot dat ende van de groete duinen, gelegen zeer crom streckende naar dat groete scoor of scaperie" en "dat grote scoor ende scaperie tot de Houck van onse Vrouwepolder". Die duinenboog "zeer crom", schuift steeds verder naar het noordoosten op in de loop der eeuwen. Als Duunhovede rond ca. 1140 is gesticht en de duinenboog dan ter hoogte van Duno ligt, dan is in 1291 (de Custinghe) die duinenboog verschoven naar iets ten westen van de bovengenoemde "westerste pale opt zan voer Rikedale".
Tijdens de zware stormvloed van 1334 ligt de duinenrij (zeer crom) vermoedelijk vlak vóór Rikedale. Over het eerder genoemde lage "groete scoor" dat lag vóór en ten oosten van die kromme duinenrij, denderden vlak achter elkaar twee stormvloeden, die van 23 november 1334 en 28 november 1334 068 Walcheren in, via het het restant van de Zwene, dat nog in open verbinding met de zee stond. Dijkdoorbraken waren het gevolg. In de inpolderingen van Rijnsburg, kaart 8, kunt u meer lezen over de schade veroorzaakt door die noordwester-stormen.
Direct na 1334 wordt weer een stuk van de Zwene afgedijkt, met een dijk die ligt in het ambacht van Rijnsburg en evenwijdig met de Vroonweg loopt.
In 1337 wordt, als er uitgezocht is wie die dijk moet betalen, gesproken over de dijkage tussen "Rikendamme" en Zanddijkambacht 060
In 1344 is er opnieuw sprake van een bijdrage aan de nieuwe dijkage tussen "Rijkendamme" en Zanddijk.061

In 1436 heeft de abt van Middelburg het recht op de konijnenjacht in het gebied tussen "Rykendael" en Domburg 063. Vermoedelijk strekte dit jachtgebied zich uit van Domburg tot de oude grens met Vrouwepolder ter hoogte van Rikedale. De jacht in de duinen was zowel voor de Abt van Middelburg als voor de Borselens belangrijk. In 1436 had de Abt er belang bij om die grens wat nader vast te leggen. Uit akte 8 blijkt in welk gebied de van Borselens belang hadden. Daaruit blijkt dat de parochie van Oostkapelle (en dus van de abt niet door liep tot boven het Bogaartsweije dijkje
Dan is er nog acte 50 in het Cartularium van Borsele uit 1474, waarin de graaf aan de van Borselens bevestigt welk bezit zij als leengoed hebben. Wij komen op die acte 50 hieronder terug
.
Nu het gebied tussen de Duinweg en de Dunoweg, direct tegen de Vroonweg. Dit gebied wordt in de overloper van de Vijfambachten van 1584 aangeduid als block 1.
In de Overloper staat;-Den block achter Costen Adriaen Pier Duyn, daer nu Querijn Janse woondt. Begonnen in de noordwesthoek inne. Oost (de Dunoweg ?, zuijdt,(een vroeger nog bekend pad, zie Hattinga), west (de Duinweg ? ) en noord de Duinen.
Het block is 18.5 gemet groot, bestaat uit 15 percelen, waarvan 7 percelen duidelijk gesplitst zijn en oorspronkelijk 3 percelen vormden. Van die 15 percelen worden 6 percelen genoemd als zijnde vroon en/of vrijland.Dat wijst er op dat dat gebied waardevol was en kan wijzen op de ligging van een dorp. Je ziet dat wel meer.
Toen men met de indeling van parochies in blocken begon, zou het een aanwijzing kunnen zijn dat block. 1 belangrijk was en men daarom daar begon met nummeren.
Een dorp in de schaduw van het kasteel Duno lijkt ook logisch, je ziet heel vaak in de Middeleeuwen, dat dat gebeurt, een dorp dat zich ontwikkelt vlak bij een kasteel. Amsterdam zou als mogelijk voorbeeld genoemd kunnen worden.
Interessant is ook wat in deze website staat onder de Manteling
Het is zinvol om nog even nader in te gaan op acte 50 uit het Cartularium van Borsele.
In die akte van 1474 bevestigt Karel van Bourgondie de lenen op Walcheren, die Wolfaert van Borsele na de dood van zijn vader erfde. De opmerking in de acte, dat de opsomming van die lenen geschiedt aan de hand van het register van het Graafschap Holland is opmerkelijk, omdat zaken worden vermeld, die een situatie schetsen van 140 jaar vóór 1474, dus rond 1330. In de acte worden de grenzen van het ambacht van Vrouwepolder aangegeven.
Ten eerste is daar de zuidgrens.
-Dat is buyten den ouden Zwene ter zeewaerts. In die loipt duer Zandijc-polre ende alzoe voort streckende bezuyden onser Vrauwerkerke in den polre ende alsoe voert langhts dien dijcke en den dijc daerbinnen ( de Vroonweg ?), westwaert streckende an die zuydzijde langes bij den duijnen tot Rijkedane toe-
Dat is naar onze mening te vertalen als : vanaf de oude begraafplaats van Vrouwepolder, via de Dorpsdijk, de Kon.Emmaweg, de Vroonweg, over het "ogediekse pad" naar de Dunoweg en vandaar naar de Vroonweg, waar Rikedale (Rikedane) lag.
De westgrens :
-Alsoe al sinen bij der poorte van den uuthove van Dunenhoefde dweers duer die duijen in die zee rechte noort gepeilen mach-
We interpreteren dat "Alsoe al sinen bij der poorte enz" met -gekomen zijnde bij de poort van Duno vind je die westgrens als je een lijn trekt over het "ogediekse pad", totdat je bij de duinen komt en als je daar bent en een lijn door de duinen naar de zee trekt, heb je die grens. Die grens vind je b.v. ook op de kaart P.33-N.72 in de collectie Boden-Nijenhuis
Dat betekent dus, dat je eerst langs de poorten van Duno komt, alvorens te eindigen in Rikedale. Tot zover acte 50
Die westgrens komt overeen met de westgrens die in het boek De abdij van Middelburg op blz.47 wordt aangegeven
Alle bovenstaande argumenten overziende, houden we het er voorlopig op, dat Rikedale lag op de plaats van block 1

Rikedale zal aan het eind van de zestiende eeuw van de kaart verdwenen zijn. Als in 25 jaar tijds vanaf 1500 tot 1526, zoals we in bovenstaand verslag van Kesteloo kunnen lezen, er 10 huizen verdwenen zijn, dan zullen er rond 1570 tijdens het beleg van Middelburg, niet veel huizen meer over zijn geweest.

Maar waarom verdween Rikedale van de kaart en wat was oorspronkelijk de economische betekenis van Rikedale ?
In de bronnen vind je maar zeer weinig over de economische activiteiten in Rikedale. We moeten het doen met een korte opmerking in bovengenoemd verslag uit 1526, waarin staat;
- Onder de voors. ambacht is in voorige tijden, te weten in de jare 1526 nog een bedrijffken of een wooninge van huijsen Rijckendane genaampt -
Wat het begrip "bedrijffken" inhoudt, is niet duidelijk, maar zo vaak vind je een dergelijke opmerking in samenhang met een Walchers dorp, niet. Een molen is het ook niet, want in hetzelfde stuk wordt met nadruk vermeld, dat er in Rikedale geen molen is.
Welke aktiviteiten waren er dan wel ?
Zeer zeker zullen er bewoners van Rikedale zijn geweest, die op één of andere wijze voor de kasteelheer werkten. Graaf Willem V vertoefde in Middelburg in 1349-1350 en in die periode bezocht hij zeker 20 keer Duunhove, zo meldt een anonieme bron. Dat bracht veel werk mee en ook Rikedale zal daarvan geprofiteerd hebben. Of men overzee naar Duno kwam, wordt niet gezegd, maar ook na de stormvloed van 1334 lag achter de nieuwe dijk die de Zwene afsloot, nog steeds de zee. Dat blijkt wel uit het feit, dat die dijk een zeedijk werd genoemd.
Het is niet boud te veronderstellen, dat Rikedale het in belangrijke mate moet hebben gehad van haar havenfunctie. Het was daar ook goed voor gelegen, achter een duinenrij en via de Zwene was er jarenlang een open verbinding naar zee. Landbouwprodukten zullen zijn uitgevoerd, goederen voor de kloosters in de omgeving aangevoerd. Ook zal een gedeelte van de overgebleven handelsaktiviteiten van Domburg zijn overgenomen.
Vervoer over zee was veel goedkoper als vervoer over land en als men bv. graan in schepen kon laden was dat verre te verkiezen boven vervoer over land. Dat dit goedkoper was, is van alle eeuwen, tot ver in de negentiende eeuw.
De Romeinse keizer Diocletianus had dit al door. In 301 vaardigde hij in het Romeinse Rijk een prijsedict uit en in dat edict stelde hij ook vrachttarieven vast. Daaruit blijkt, dat het vervoer van een last van 550 kg over zee ruim 26 keer zo goedkoop was als het transport over land, een verhouding die we ook aantreffen in de Nieuwe Tijd. Nu lagen de wegen op Walcheren vroeger of op de dijken of waren het voornamelijk zandwegen, Het transport van in karren losgestorte tarwe over zo'n weg was tijdrovend en kostbaar. Als vanuit Walcheren in de veertiende eeuw veel tarwe werd ge-exporteerd, dan zal dat vermoedelijk in de dertiende eeuw niet veel minder belangrijk zijn geweest. Hoe eerder men dus in een boot kon overladen, des te beter dat was. Zolang dus Rikedale per boot bereikbaar was, had het plaatsje een duidelijke overlaadfuntie. Ook zullen de salarissen van de "havenarbeiders" in Rikedale, het was immers "platteland" rond Duno, lager zijn geweest dan die in Middelburg.
Toen Rikedale minder goed bereikbaar werd vanuit zee door de aanleg van de "Vroonweg"dijk en de daarmee gepaarde gaande aanslibbing voor die dijken, boette het plaatsje snel aan betekenis in. Vissersboten met een wat plattere bodem kon je misschien "opt zan voer Rikedale" nog wel bij vloed op dat "zan" laten landen, met de wat dieper stekende graanboten ging dat al veel moeilijker. De activiteiten in Rikedale sudderde nog wat door, als vissersplaatsje was er nog wel wat te doen, daar zal het bovengenoemde "bedrijffken" nog wel een rol in hebben gespeeld, de neergang was ingezet en in de zestiende eeuw ging dat snel, zeer snel.
Rikedale verdween van de kaart en uit de herinnering, want tot voor kort wist men niet waar Rikedale gelegen had.

Samenvattend
Rikedale was een handelsplaats zo vanaf de tweede helft van de twaalfde eeuw. Export van graan en import van goederen voor het achterliggende gebied met zijn belangrijke kloosters tezamen met hand en spandiensten in en rond het kasteel Duno zullen de hoofdactiviteiten zijn geweest. Toen het kasteel in de vijftiende eeuw verdween en de haven dichtslibde, verdween de welvaart ook.
Nadat Rikedale als dorp verdwenen was, zal er ter plaatse nog wel een boeren bedoeninkje gestaan hebben. Later, toen de welvaart op Walcheren toenam en de resten van Rikedale door het overstuivende zand waren bedekt, werd het daar ter plaatse een gebied met bossen, zoals dat in de Overloper staat.